Colson Whitehead

  • In Colson Whiteheads `De ondergrondse spoorweg' is Cora slavin op een katoenplantage in Georgia. Haar helse leven staat op het punt om nog erger te worden: de wrede eigenaar heeft zijn oog op haar laten vallen. Ze besluit om te vluchten, en met hulp van de Ondergrondse Spoorweg (in Amerika het begrip voor het clandestiene netwerk van antislavernijactivisten) begint ze een lange, huiveringwekkende reis door de zuidelijke staten van Amerika richting het vrije Noorden, met de slavenpatrouille op haar hielen.
    `De ondergrondse spoorweg' is bekroond met de National Book Award.

    `Fantastisch, aangrijpend.' - Barack Obama
    `Een overweldigende roman.' - NRC Handelsblad

  • `De jongens van Nickel' van Colson Whitehead is de hartverscheurende opvolger van de bekroonde internationale bestseller `De ondergrondse spoorweg'. In deze nieuwe roman ontleedt hij een nog recenter duister hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis - het tijdperk van de Jim Crow-rassenwetten in het Zuiden van Amerika - aan de hand van het verhaal van twee tieners op een helse tuchtschool in Florida.
    Het zijn de beginjaren van de burgerrechtenbeweging, en de zestienjarige Elwood Curtis gaat zijn toekomst vol vertrouwen tegemoet. Totdat hij vanwege een vergissing op de Nickel Academy belandt. Met name de zwarte jongens worden aan het sadisme van hun witte bewakers uitgeleverd. Misbruik, marteling en corruptie zijn aan de orde van de dag; voor het minste vergrijp worden de jongens `naar achter' gebracht - vanwaar ze nooit meer terugkomen. In deze gruwelkamer is er voor Elwood één houvast: zijn vriend Turner, die geen enkele ambitie koestert, behalve ontsnappen uit Nickel.

  • Het was een opdracht die hij niet kon weigeren: een verslag schrijven over de World Series of Poker. Dat hij het spel alleen als amateur kende, hoefde geen belemmering te vormen - en dat was het ook niet.
    Colson Whitehead duikt met volle kracht in het spel, verbaast zich op geestige wijze over de merkwaardige subcultuur waarin hij zich bevindt, en ondertussen wordt hij ook nog eens goed in het spel. En hij vraagt zich af: Hoe kan dat? Een Harvard-intellectueel met een stapel goed ontvangen romans op zijn naam een pokeraar? `Ik heb een goede pokerface want ik ben vanbinnen halfdood,' is de onverwachte inzet van zijn zelfportret. Een grappig maar ook deemoedig stemmend boek.

empty