Chantal van Dam

  • Een van grauwe steen, waaraan een grauwstenen plantenbak vastzat. Mijn broertje kreeg ook een zerk, een kleinere, van witte steen, en een ijzeren toeter voor fresia's en aspergetakken.'
    De ironische toon van dit citaat is typerend voor de manier waarop Chantal van Dam het leven observeert. In dit debuut zijn naast korte verhalen ook meer beschouwende stukken opgenomen. Hieraan ontleent de bundel haar titel. De schetsen, voor een deel eerder gepubliceerd in Propria Cures en Folia Civitatis, handelen onder meer over werkloosheid en de listen die een mens moet verzinnen om op de been to blijven. Middelen van bestaan - methods of survival. Voor elk probleem bestaat een oplossing, die aanvechtbaar is en de bakermat vormt van een nieuw probleem.
    'Vervolgens zal ik afreizen naar een nieuwe bestemming, waar na aankomst zal blijken dat het leven 'm intussen stiekem is gesmeerd, dat het mij beet heeft.'

  • De nieuwe roman van Chantal van Dam speelt zich af tegen de achtergrond van vangstquota en visfraude. De jonge, Amsterdamse biologe Ilse Versluijs gaat als visserijspecialist aan de slag bij de Controledienst van Landbouw en Visserij, een instantie die zich dankzij het spreidingsbeleid van de Rijksoverheid in Zuid-Limburg bevindt, ver van de plaats van delict. Ilse ondergaat er een cultuurshock in een omgeving vol dansmariekes en dweilorkestjes, maar vooral door de bureaucratie en een tweeslachtig visserijbeleid. Zelfs de liefde voor haar vriend en zijn dochtertje staat op het spel.
    Heel spannend wordt het als Ilse de confrontatie moet aangaan met de noeste schippers uit Urk en Arnemuiden, voor wie het woord vangstbeperking als vloeken in de kerk klinkt.
    De lucht van zout en teer is een onthullende roman over de mores in de Nederlandse visserijwereld en de hete adem van Brussel, maar ook het verhaal van een jonge vrouw die zich in een mannenbolwerk staande moet houden. Chantal van Dams ironische stijl zorgt ervoor dat er op elke pagina veel te genieten valt, ook voor lezers die hun voeten liever op het droge houden.

  • Gevraagd naar haar beroep zegt de ik-figuur in dit boek: 'Ik bescherm de natuur.' Dit laatste wordt erg letterlijk wanneer zij, tot haar eigen verbazing, een jong katje in huis neemt. De dood van dit 'dierbaar familielid' wekt schrijnende herinneringen.

    'Zeventien jaar na mijn vaders begrafenis ontdekte mijn moeder dat zijn Steen was verdwenen. Het graf bleek te zijn geruimd. We hadden verzuimd de pacht voor zijn rustplaats te verlengen en daarom hadden ze hem Bruit gegooid. Zolang hij op het kerkhof lag, hoorde hij nog een beetje bij de levenden, maar nu kon je hem zelfs geen dode meer noemen.'

  • De moeder in Familieberichten voert een stille oorlog. Ze vecht tegen demonen die te sterk voor haar zijn. op een dag is ze verdwenen.

    'We zaten in de huiskamer met gesloten gordijnen sigaretten te roken. We probeerden te raden waar ze heen was gegaan, of ze in verwarring was vertrokken of juist gedecideerd, of de leesbril en de huissleutels wilden zeggen dat ze terugkwam en we straks gemorrel bij de voordeur zouden horen. Als we naar beneden renden en de deur opendeden, zou ze voor onze neus staan, verkleumd en verwezen. Dat mag je nooit meer doen, Toosje, zouden we zeggen en we zouden haar thee met rum te drinken geven, haar in bed stoppen en niet meer uit het oog verliezen. Maar er gebeurde niets.'

    Familieberichten beschrijft, tegen de achtergrond van de Golfoorlog, de zoektocht naar een moeder, naar haar geschiedenis en de rol die ze speelde in het leven van haar dochter en haar tweede man, 'oom Max'. In een onderkoelde maar beeldende stijl mengt Chantal van Dam tragiek met droogkomische observaties, liefde met oorlog.

empty