Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum BV

  • Kinderrevalidatie beweegt!

    Het boek Kinderrevalidatie beschrijft het complexe werkveld van de kinderrevalidatie, waarin men zich ten doel stelt om het functioneren van kinderen en jongeren met beperkingen in mobiliteit en andere domeinen als gevolg van ziekte of aandoening te optimaliseren.

    Deze zesde druk van het boek is niet alleen qua inhoud geactualiseerd, maar het boek is nu ook uitgebreid met online leerdoelen en toetsvragen. Zie vangorcumstudie.nl.

    Het veelgebruikte handboek Kinderrevalidatie is ingebed in de International Classification of Functioning, Disability and Health - Children & Youth version (ICF-CY). Het boek expliciteert volgens de classificatie van de ICF-CY de bijdrage van stoornissen in lichaamsfuncties en anatomische eigenschappen, van beperkingen in activiteiten, belemmeringen in participatie, en van externe en persoonlijke factoren in het functioneren van kinderen en jongeren. Daardoor is het gemakkelijker dan voorheen te doorgronden welke mogelijkheden bestaan om kinderen en jongeren binnen de kinderrevalidatie te begeleiden.

    Het eerste deel van Kinderrevalidatie bespreekt:
    - algemene aspecten van de kinderrevalidatie, zoals de ICF-CY, veelgebruikte meetinstrumenten, het gezin en hulpmiddelen.
    - belangrijke lichaamsfuncties, zoals het bewegingssysteem, sensorische en cognitieve functies;
    - belangrijke activiteiten, zoals mobiliteit, zelfverzorging, leren en toepassen van kennis en communicatie.
    - belangrijke domeinen van participatie: scholing en arbeid, en sport.
    - de overgang naar de volwassenheid.

    In het tweede deel komen specifieke diagnosegroepen aan de orde, zoals cerebrale parese, niet-aangeboren hersenletsel, neuromusculaire aandoeningen en spina bifida. Ieder hoofdstuk bevat een systematische bespreking aan de hand van de ICF-CY. Naast het klinische beeld beschrijft elk hoofdstuk drie aspecten van de diagnosegroep: de gevolgen van de aandoening voor het functioneren, de diagnostiek, en de behandeling en begeleiding.

    Dit boek is bij uitstek geschikt voor medici, paramedici en gedragsdeskundigen werkzaam in de kinderrevalidatie, voor jongeren en jongvolwassenen met een lichamelijke aandoening en hun ouders, en voor professionals werkzaam in het onderwijs.

  • Erik de Haan presenteert in dit boek het ultieme overzicht van wat écht werkt in coaching. Welke veranderingen brengt het teweeg, zowel voor coachees als voor organisaties en opdrachtgevers?

    Wat werkt in coaching? bespreekt de resultaten van honderden kwantitatieve studies naar de effectiviteit van werkgerelateerde en executive coaching. Gezamenlijk geven deze studies antwoord op drie belangrijke vragen:
    1. Werkt coaching?
    2. Zo ja (en dat is het antwoord op vraag 1), voor wie werkt het dan vooral?
    3. En wat levert coaching eigenlijk op voor de coachees, degenen aan wie zij leiding geven, en hun organisaties?

    Erik de Haan beantwoordt deze vragen op een toegankelijke manier. Hij bespreekt de statistisch significante inzichten die voortkomen uit de studies en legt uit hoe deze kunnen worden toegepast. De Haan evalueert het beschikbare bewijs op heldere wijze, en definieert wat écht werkt in coaching. Zonder ingewikkelde formules en statistieken, en met heel weinig getallen: alleen de belangrijkste rondom effectgrootte en significantie. Hij geeft in elk hoofdstuk direct toepasbare adviezen voor de coachingpraktijk. Wat moet je bijvoorbeeld benadrukken in je coachinggesprekken om resultaat te boeken?

    Dit maakt van Wat werkt in coaching? een essentiële gids voor de "evidence-based" effectiviteit van coaching. Een onmisbaar handboek voor iedere coach en iedereen die wordt opgeleid tot coach.

    Erik de Haan is van oorsprong fysicus en deed al psychofysisch onderzoek voor zijn PhD in 1994. Hij leidt het Ashridge Centre for Coaching aan de Hult International Business School in het Verenigd Koninkrijk en is tevens hoogleraar Organisatieontwikkeling bij de postgraduate opleiding Executive Coaching van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij publiceerde ruim tweehonderd praktijkgerichte en wetenschappelijke artikelen en veertien boeken op basis van zijn expertise als organisatieadviseur, therapeut en executive coach.

    'Niet alleen biedt dit boek een uitvoerig overzicht van de literatuur tot nu toe, het bekijkt deze literatuur ook op een open, kritische, moedige en creatieve manier. Het stelt je manier van denken ter discussie over (executive) coaching, over wat effectiviteit betekent, over hoe we het kunnen en moeten meten, en over hoe we verder moeten bouwen aan bewijs voor de effectiviteit van (executive) coaching. Dit boek hoort op de lijst van te lezen boeken te staan voor iedereen die op welke manier dan ook beroepsmatig te maken heeft met coaching.'
    - Dr. Tim Theeboom, senior lecturer bij het Center voor Executive Coaching, Vrije Universiteit, Amsterdam

    'Elk hoofdstuk begint met de controverses, waarmee de problemen worden aangestipt alvorens te kijken naar de successen van coaching. Dat zie je niet vaak; coaching roept nogal vaak kritiekloos enthousiasme op.'
    - Silvia Dello Russo, associate professor, Toulouse Business School, Frankrijk

  • De vraagstukken waar scholen voor staan worden steeds complexer. Het is daarom belangrijk dat alle expertise in de school optimaal wordt benut en versterkt. Daarbij verandert het leiderschap in de school en daarmee ook de rol van de schoolleider. Dit boek laat zien hoe schoolleiders met vertrouwen kunnen loslaten, als ze investeren in een cultuur en ondersteunende processen die leiden tot kwaliteit. Het leren van leerlingen én professionals staat centraal.

    Kwaliteit door gespreid leiderschap geeft praktische handvatten, modellen en checklists, reflectievragen en tips. Praktijkvoorbeelden van schoolleiders die de omslag hebben gemaakt naar gespreid leiderschap wisselen af met verdiepende hoofdstukken.
    Een speciaal hoofdstuk is gewijd aan besturen; hoe zij schoolleiders kunnen ondersteunen bij hun veranderende rol en hoe zij op bestuursniveau expertise benutten en versterken. Het boek laat zien dat het werken aan kwaliteit door gespreid leiderschap het werk van bestuurders, schoolleiders en leraren betekenisvoller en aantrekkelijker maakt.

  • Kanker, het is wellicht de meest beladen en bedreigende diagnose in onze westerse wereld. En niet geheel ten onrechte. Het is doodsoorzaak nummer één in Nederland en de behandeling gaat veelal gepaard met belastende en ook zichtbare bijwerkingen. Eén op de drie Nederlanders krijgt in de loop van zijn of haar leven kanker. Minder bekend is dat meer dan de helft daarvan ook weer geneest.

    De oncologie wordt als een moeilijk vakgebied ervaren. Er zijn zoveel verschillende tumoren en tumorsoorten. Er zijn zoveel verschillende disciplines betrokken bij de oncologische zorg. De behandeling van kanker vraagt in toenemende mate specialistische expertise en multidisciplinaire samenwerking. In de even zo belangrijke vroege opsporing, nazorg en preventie spelen vele werkers in de gezondheidszorg een cruciale rol.

    Om die rol goed in te kunnen vullen, moeten ook huisartsen, medische specialisten, nurse practitioners, verpleegkundigen en andere paramedici over een solide algemene kennis van de oncologie beschikken. Oncologie voor de algemene praktijk biedt die algemene oncologische kennis en inzichten, bedoeld voor iedere medicus en paramedicus die met (ex-)kankerpatiënten in aanraking komt.

  • Protective wraps, transcultural aid for families offers a new perspective on the care practice. It deals with what a professional needs for an open dialogue with 'the Other'.

    The book answers questions such as:
    What does a care worker need to be interculturally competent? What is the influence of his personal background on his dealing with and judgment of people from a different culture or context? How can truly accessible and well-functioning aid for migrants and refugees, but also for the Dutch, be realized? What is the role of intergenerational family thinking and what is the influence of the consequences of migration in this respect?

    In this revised edition, an evaluation assignment has been added to each chapter. Furthermore, the importance of empathy and compassion in the provision of care is extensively discussed. Attention is paid to superdiversity and the theory of the functioning of inclusion and exclusion mechanisms. Intercultural competencies are also dealt with in depth. In addition, the book describes instruments such as the genogram and the lifeline, which can be used in the contact between care worker and client. This method ties in seamlessly with the multidisciplinary and integrated approach that is increasingly required of care workers.

    This book contains engaging stories of people who meet themselves in the dialogue with 'the Other'. Care workers speak candidly about their personal experiences. These frequently intimate family stories get very close to the reader, who will automatically start to think about how the lines run in his own family. It is an eye-opener for many that the power of families, which often remains untapped in the world of care, is so simple to deploy.

    Protective wraps is primarily intended for care workers. In addition, it is recommended for anyone in need of a new perspective on personal relationships, on the provision of care or on living together in a multicultural society.

  • Verandering ontstaat in het gesprek dat we erover voeren. In die interactie raken we elkaar, zoeken we elkaar en botsen we met elkaar. Die wrijving en schuring heeft een belangrijke functie. Hij helpt om samen de best mogelijke richting te vinden én om hem met ons gedrag tot leven te wekken.

    Zonder frictie geen verandering.

    Toch komt bij veranderingen ook gedoe en negativiteit los die beweging in de weg zit. Of er komt juist te weinig frictie los, waardoor de beweging stilvalt. Als we verandering willen laten slagen, is er alles aan gelegen dat we de frictie opzoeken die helpt en wegblijven bij de frictie die hindert.

    In De Functie van frictie onderwerpt Annemarie Mars de scheidslijn tussen functionele en disfunctionele frictie aan een diepgaand onderzoek. Op de haar kenmerkende praktische en nuchtere wijze laat ze twintig spanningsvelden zien die inherent zijn aan verandering. Bij elk spanningsveld liggen valkuilen open waardoor we onnodige frictie kunnen losmaken. En kunnen we de functionele frictie opzoeken door elkaar de juiste vragen te stellen en door op te staan voor wat ons aan het hart gaat.

    Annemarie Mars is een bevlogen veranderkundige die al bijna drie decennia middenin de weerbarstige veranderpraktijk staat. Haar boek Hoe krijg je ze mee? won de Gids-prijs, is al ruim 20.000 keer verkocht en wordt in vele managementopleidingen gebruikt. Daarnaast schreef ze Jongleren met Loyaliteiten ( nominatie Boek van het Jaar van de Orde van Organisatieadviseurs) en Vat op verandering, bracht ze acht jaar lang een veelgelezen blog uit, en maakte ze de podcast De kunst van het vinden.

empty