Gennep B.V., Uitgeverij Van

  • Van #Me Too-feministen, Black Lives Matter-activisten, witte suprematisten tot islamisten en borealen: er woedt een hevige strijd om de sociale verbeelding van het Westen.

    Waar komt de behoefte aan erkenning vandaan? Wat is de inzet van de strijd? Op welke wijze wordt ze gevoerd? En waarin verschilt polarisatie van politiek?

    Hans Boutellier onderzoekt deze fascinerende strijd en zoekt het nieuwe Westen in termen van wederkerigheid en een bezield geloof in de democratische rechtsstaat.

    Hans Boutellier (1953) is hoogleraar Polarisatie en Veerkracht aan de Vrije Universiteit. Over zijn werk schreef de pers: `een lichtgevend proefschrift' (Paul Schnabel), `een langgerekte Aha-Erlebnis'(NRC-Handelsblad), `een scherp oog voor de tijdgeest' (De Volkskrant). Dit boek is een volgende stap in zijn werk.

  • In onze prestatiemaatschappij worden we niet meer door geboden, verboden en regels beheerst, maar door projecten, initiatieven en motivatie. Dat klinkt positief, maar is het niet. Ons handelen staat in het teken van zo veel mogelijk productie en consumptie, en niet van het beschermen van wat voor ons wezenlijk is, zaken als zingeving en ontspanning.
    Deze kritiek ligt ten grondslag aan de hier gebundelde essays van de Koreaans-Duitse filosoof Han. Het neoliberale marktdenken maakt van ons prestatiesubjecten, die permanent blootstaan aan prikkels, informatie en impulsen. Dat doen wij onszelf aan, we leggen onszelf die beperkingen op. We maken alles transparant, kennen geen geheimen meer, verbannen de Ander en daarmee Eros; Han pleit voor gelatenheid waarin sociale relaties tot ontspannenheid komen.
    /> De essays zijn prachtig en toegankelijk geschreven, zetten aan het denken zonder zelfhulpboek te zijn. Ze zijn een aanrader voor iedereen die zich met de keerzijden van onze huidige samenleving bezighoudt.

  • Voor ALLEDAAGS RACISME sprak Philomena Essed aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw met een twintigtal Surinaamse en Afro-Amerikaanse vrouwen over situaties op het werk, bij het zoeken naar woonruimte, tijdens het contact met buren of collega's, bij het winkelen, in de bus of in de tram. Als een van de eerste onderzoeksters probeerde zij een beeld te krijgen van de vooroordelen en het racisme dat deze vrouwen ondervonden in hun alledaagse omgang met witte Nederlanders.
    Het boek levert een schat aan materiaal dat inzicht biedt in wat Philomena Essed alledaags racisme noemt. Een diffuus geheel van steeds terugkerende patronen van discriminatie en voor­oordeel. Deze patronen zijn nog steeds aanwezig waardoor het boek dat in 1984 voor het eerst verscheen, niets aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. Aan deze nieuwe editie voegde Philo­mena Essed een nieuw hoofdstuk toe over het zo­genaamde 'entitlement racism', het racisme dat wordt gerechtvaardigd met een beroep op de vrijheid van meningsuiting.

    Philomena Essed (1955) is hoogleraar Critical Race, Gender & Leadership Studies aan de Antioch University.

  • `Geitenwollen sokken, dat is het beeld dat lange tijd aan ze kleefde: jongerenwerkers, sociaal-cultureel werkers, opbouwwerkers en vormingswerkers. Het dateert uit de jaren zestig en zeventig, de periode waarin deze sociaal-culturele professionals het meest van zich lieten horen. Minder bekend is dat ze de `uitvinders zijn van allerlei vernieuwingen, zoals dorps- en buurthuizen, bibliotheken, speeltuinen, activering van werklozen, kinderopvang, volwasseneneducatie, poppodia, buurtbemiddeling en `community arts.

    In DE STILLE KRACHTEN VAN DE VERZORGINGSSTAAT beschrijft Ma­rcel Spierts de stormachtige ontwikkeling van de sociaal-culturele beroepen na de Tweede Wereldoorlog. Hij laat zien hoe de naoorlogse politieke en culturele elite deze kersverse professionals opzadelde met torenhoge verwachtingen ten aanzien van modernisering en individuele ontplooiing. Hoe in de jaren zestig en zeventig het werk radicaliseerde, en in de decennia daarna de ontnuchtering en bezuinigingen volgden. Maar ook dat na de politieke moorden van deze eeuw de belangstelling voor deze beroepen terugkeerde.

    De recente opkomst van de participatiesamenleving plaatst sociaal-culturele professionals in het hart van de maatschappelijke ontwikkelingen. Opmerkelijk is hoe jongerenwerkers, sociaal-cultureel werkers, opbouwwerkers en vormingswerkers er in al die stormen in slagen om hun professionaliteit, vakmanschap en ambachtelijkheid naar een hoger plan te tillen.

  • Jesse Drost, tropendokter, begint moe te raken van het werken te midden van de armoede op het platteland van Tanzania. De voortdurende schaarste aan medische middelen en corruptie bij het ziekenhuispersoneel brengen hem aan het twijfelen of wat hij doet nog wel zinvol is. Wanneer hij door een eigenaardig voorval in aanraking komt met een goed georganiseerde particuliere praktijk in Dar es Salaam en hem daar een baan wordt aangeboden, aarzelt hij dan ook niet lang.

    Van het ene op het andere moment krijgt hij een heel ander leven. Vrijwel alle patiënten in de stadspraktijk zijn ex-pats, wier bestaan zich voornamelijk afspeelt achter de hoge muren van huizen met zwembad. Voor alles is personeel, verveling ligt dagelijks op de loer. De conversatie op de talloze partys en bij de exclusieve zeilclub wordt beheerst door roddel, gefluister over seksuele escapades en geschimp op alles wat Afrikaans is. Ondanks het vaak onhebbelijke en veeleisende gedrag van de patiënten in zijn spreekkamer weet Jesse zich binnen de blankengemeenschap aardig staande te houden. Totdat hij op een dag een vergissing begaat

    Een rijke verscheidenheid aan personages bevolkt de nieuwe roman van Adriaan Groen. Met scherpe observaties en laconieke pen tekent hij de blanken die om wat voor reden dan ook iets te zoeken hebben op het Afrikaanse continent.

  • Electra

    Iki Freud

    Kiezen vrouwen een man die op hun vader lijkt, zoals meestal wordt verondersteld? Of `trouwen vrouwen vaker met hun moeder? In tegenstelling tot Sigmund Freuds overtuiging dat de vader de belangrijkste plek in het leven van een meisje inneemt, ontdekte Iki Freud dat vrouwen veel meer bezig zijn met hun moeder dan met hun vader.
    Veel vrouwen worstelen levenslang met het beeld dat ze al vanaf hun kinderjaren van hun moeder hebben. Dochters vinden het vaak moeilijk van hun moeder los te komen, ze treden immers in haar voetsporen. Ze doorlopen dezelfde emotionele en biologische levensfasen, wat een dubbele band geeft. Die band creëert enerzijds een loyaliteitsgevoel met een gevaar voor versmelting. Anderzijds geeft de behoefte aan autonomie vrouwen vaak een schuldgevoel. Je hebt je moeder nodig om van haar los te komen, dat is de paradox.
    In ELECTRA tracht Iki Freud de emotionele ontwikkeling van de vrouw te verhelderen. Theoretische hoofdstukken geven samen met praktijkvoorbeelden inzicht in de kinderjaren, de adolescentie, het kiezen van een partner, het moederschap, de middenjaren en het ouder worden. Deze herdruk is voorzien van een nieuw hoofdstuk, over afgewezen moeders.

    Iki Freud is psychoanalytica in Amsterdam. Naast (deze achtste, herziene druk van) ELECTRA, is bij Van Gennep tevens verschenen MANNEN EN MOEDERS. DE LEVENSLANGE WORSTELING VAN ZONEN MET HUN MOEDERS.

  • Albrecht woont begin jaren twintig met zijn ouders in een Duitse provinciestad. Hij gaat naar het gymnasium, houdt ervan om de natuur in te gaan en voert lange gesprekken met zijn ongelukkige vriend Fritz, die niet meer naar school wil. De grote economische crisis van die jaren laat zich ook in het stadje voelen. Zijn vader, die een kleine kledingzaak heeft, weet het hoofd maar nauwelijks boven water te houden. Als Albrecht na zijn eindexamen in Berlijn gaat studeren, komt hij in een turbulente wereldstad terecht, waar stakingen en demonstraties aan de orde van de dag zijn. Om in zijn onderhoud te kunnen voorzien gaat Albrecht in een orkestje spelen. Maar overleven is niet zijn enige uitdaging; Albrecht moet in deze verwarrende tijden ook zijn levensbestemming zien te vinden in het besef dat afzijdig blijven onaanvaardbaar is. HET LEVEN GAAT VERDER is de schitterende ontwikkelingsroman waarmee de inmiddels wereldberoemde schrijver en psychiater Hans Keilson in 1933 debuteerde. De roman geeft niet alleen een fascinerend beeld van het alledaagse leven in de Weimar-republiek, maar kenmerkt zich tevens door het enorme psychologische inlevingsvermogen van de schrijver, zoals dat in al zijn werk naar voren komt.

  • Wim en Marie zien het als een menselijke plicht een onderduiker in huis te nemen. Het jonge echtpaar heeft de bovenverdieping van hun nette woning in een provinciestadje opengesteld voor de Joodse Nico. Ondanks de gespannen situatie zijn er momenten van huiselijk geluk en saamhorigheid. Tot Nico na een kort ziekbed onverwachts overlijdt. Wat moeten ze nu met zijn lichaam? Voor Wim en Marie breekt een angstige tijd aan, waarin ze erachter komen wat de aanwezigheid van Nico in hun leven teweeg heeft gebracht.

  • Niet iedere man heeft een Oedipuscomplex. Niet iedere man heeft als jongetje in zijn fantasie een stille strijd met zijn vader gevoerd om de exclusieve liefde van zijn moeder te verwerven, en haar tenslotte op te geven terwille van een volwassen liefdesleven met een andere vrouw. Er zijn ook mannen die een ander parcours doorlopen. Voor sommigen is de fantasie van een moedermoord dichterbij. Zij blijven hun leven lang worstelen met de gestalte van hun moeder. In een normale situatie heeft een moeder haar kind niet nodig om te overleven. Het verwerken van deze waarheid is voor het kind noodzakelijk om een zelfstandig individu te worden. Als de moeder het kind echter wel nodig heeft om psychisch te overleven, is dat ziekmakend: er ontstaat een tweezijdige afhankelijkheid, een symbiotische illusie tussen moeder en zoon, die kan leiden tot pervers gedrag. In MANNEN EN MOEDERS laat Iki Freud op heldere en inzichtelijke wijze zien hoe dit tot uiting kan komen. Aan de hand van het werk van Proust en Freud en van voorbeelden uit haar eigen praktijk geeft lki Freud een indringend beeld van mannen die zich niet hebben kunnen losmaken van hun moeder. Beroemde passages zoals de nachtkusepisode uit OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD worden geanalyseerd. Het kind heeft behoefte aan een bed ritueel, maar de moeder weigert, uit angst het te verwennen. De geperverteerde moeder-zoonrelatie zet zich voort in het latere liefdesleven.

  • In Galicië sterft aan het begin van de twintigste eeuw de baby van een joodse moeder en een katholieke vader. Onontkoombaar noodlot of gruwelijk toeval? Had bijvoorbeeld de moeder of de vader s nachts het raam opengerukt, een handvol sneeuw van de vensterbank gegrist en onder het hemd van het kind gestopt, dan was het meisje misschien opeens weer gaan ademen. Hoe zou haar leven dan zijn verlopen?

    Jenny Erpenbeck schetst in EEN HANDVOL SNEEUW vijf mogelijke levens van dit naamloze kind, haar hoofdpersoon. Deze briljant geschreven, zeer ontroerende roman voert de lezer mee naar Wenen tijdens de Eerste Wereldoorlog, Moskou aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en Berlijn vóór en na de val van de Muur. Een diepgravende reflectie over leven, dood en de rol van het toeval.

  • Waarom zijn bedrijven beter af met mensen in vaste dienst?

    Waarom betalen zoveel multinationals zo weinig belasting?

    Is een zorg mogelijk die gemoedelijk en gastvrij is?

    Hoe krijgen huurders woningcorporaties weer op de rails?

    Waarom mogen we vluchtelingen niet in de steek laten?

    Wat kunnen we leren van links in Latijns-Amerika?

    In Het kan wel trekt Emile Roemer erop uit om antwoorden te vinden op deze en andere vragen. Bij een opmerkelijk sociale multinational en in een volksbuurt vol activisten. Tussen bijzondere leerlingen op de praktijkschool en opstandige studenten aan de universiteit. Hij gaat op bezoek bij banken op de Amsterdamse Zuid-As, maar ook bij Ronald Koeman in De Kuip in Rotterdam.

    Roemer ontmoet politieke prominenten als Lula in Brazilië en Alexis Tsipras in Griekenland. Hij bezoekt activisten in de Verenigde Staten en vluchtelingen uit Somalië. Hij gaat naar bezet Palestijns gebied, kijkt rond in Latijns-Amerika en reist naar een bloemenkwekerij in Kenia. Maar gaat ook langs bij een voormalige topvoetballer in Sao Paulo die kinderen in de sloppenwijken veel meer leert dan een balletje trappen.

    Het kan wel leest als een politiek reisverslag. Over waar Emile Roemer zijn inspiratie en ideeën vandaan haalt en zijn voorstellen mee onderbouwt. Verrassend vlot en toegankelijk geschreven. Voor iedereen die meer wil weten over hoe Binnenhof en buitenwereld elkaar ontmoeten bij Emile Roemer.

  • Vrijheid is niet absoluut, maar roept nieuwe vormen van dwang en discipline op. Niet langer worden we gedisciplineerd door machten van buitenaf, maar door onszelf. Prestatiedwang en het gevoel transparant te moeten zijn brengen nieuwe onvrijheden met zich mee.

    Deze stelling wordt in het nieuwe boek van de Koreaans-Duitse schrijver Han in verband gebracht met recente economische en maatschappelijke ontwikkelingen binnen het neoliberalisme. Zo bekritiseert Han de imperatieven (constant never ending improvement!) van Amerikaanse goeroes op het terrein van persoonlijke ontwikkeling en coaching, en zet hij vraagtekens bij de theorie van Big Data.

    Na zijn eerdere essays over vermoeidheid, transparantie en liefde, geeft het briljant geschreven PSYCHOPOLITIEK een grandioze en veelomvattende kritiek op de belangrijkste ontwikkelingen in de huidige samenleving.

  • In dit boek komen vijftien bekende Surinaamse Nederlanders aan het woord. Ze vertellen over hun komst naar Nederland, over hun persoonlijke ervaringen en over hun visie op Nederland.

    De prikkelende verhalen geven niet alleen een beeld van de recente geschiedenis van Nederland en Suriname, maar leveren ook stof voor discussie.

    Zo legt Jetty Mathurin uit waarom ze bang geworden is voor de Nederlandse politie na de dood van Mitch Henriquez en stelt Humberto Tan dat we Syrische vluchtelingen moeten helpen uit solidariteit en niet `omdat het van Europa moet'.

    De verhalen werden opgetekend door Harry van Bommel (1962), politicus voor de SP in de Tweede Kamer.

  • DE EERSTE ANALYSE VAN DE DECENTRALISATIES

    In 2015 begon een ingrijpende verbouwing van de verzorgingsstaat. Gemeenten werden verantwoordelijk voor de nieuwe jeugdwet, de participatiewet en de Wmo. Met ingrijpende veranderingen voor jongeren in de jeugdzorg, ouderen met zorg, werknemers van sociale werkplaatsen, mensen met een uitkering of degenen die een traplift of huishoudelijke zorg nodig hadden. Gemeenten moesten het daarbij ook nog eens met 20 procent minder budget doen.
    Hoe krijgt die verbouwing vorm? Een keur van wetenschappers en journalisten brengt de nieuwe situatie scherp in beeld. Door professionals en burgers te volgen en te bevragen. Voor het eerst wordt daarmee een balans van de decentralisaties opgemaakt. Zijn zelfredzaamheid, uitgaan van eigen kracht, participatie haalbare doelstellingen?
    Met bijdragen van onder anderen Thomas Kampen, Evelien Tonkens, Jos van der Lans Pieter Hilhorst, Pepijn van Houwelingen, Sjors van Beek, Dana Feringa, Rob Arnoldus en Cher Steinfeld.

    www.socialevraagstukken.nl

  • [MET EEN VOORWOORD VAN MONIKA SIE DHIAN HO] De megacrisis heeft onder economen net zo huisgehouden als onder bankiers. Liberale economen raakten in het defensief en zagen zich gedwongen tot bezinning. Kritische economen kregen de wind in de zeilen. Uiteindelijk heeft de crisis tot een explosie van creativiteit geleid, waarvan het zeer de moeite waard is kennis te nemen. Journalist Hans Wansink stelt u voor aan acht eigenzinnige topeconomen: Ha-Joon Chang, Tyler Cowen, Chrystia Freeland, Mariana Mazzucato, Megan McArdle, Thomas Piketty, Hans-Werner Sinn en Martin Wolf. Hans Wansink (1954) is redacteur van DE VOLKSKRANT. Hij was medewerker van de Wiardi Beckman Stichting en promoveerde in 2004 op DE ERFENIS VAN FORTUYN. Wansink won in 2006 de Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek.

  • Dit keer gaat Piet de Moor in BERLIJN - LEVEN IN EEN GESPLETEN STAD op zoek naar de ziel van Berlijn, een stad die als geen andere geleden heeft onder het geweld van de geschiedenis in de twintigste eeuw. Door het lezen van dagboeken, romans en ooggetuigenverslagen, door gesprekken met historici, politici, schrijvers en journalisten slaagt de Moor erin een fascinerend beeld te geven van de geschiedenis van Berlijn vanaf Hitlers machtsovername in 1933 tot de val van de Muur in 1989. Hoe wisten de nazi's het bruisende leven in de stad te vergiftigen? Met welke absurditeiten van het communisme werden de Oost-Berlijners in de DDR geconfronteerd, hoe verging het de stad na de Wende? Piet de Moor heeft een scherp oog voor de gespletenheid van het leven in de stad, voor de wijze waarop de tegenstellingen van de twintigste eeuw zich manifesteren in het dagelijkse leven van de Berlijners. Het resultaat is opnieuw een noodzakelijk, caleidoscopisch boek.

  • Het karakter van de politiek in Nederland is sterk veranderd. De discussie over terrorisme, islam, ongelijkheid en bonussen is sterk verhevigd en steeds meer Nederlanders hebben het gevoel dat globalisering en europeanisering slecht zijn voor de Nederlandse gemeenschap. Terwijl burgers zich steeds luidruchtiger en bozer uiten over de gang van zaken in de politiek, missen politici de veilige kaders van politieke partijen met stevige ankers in de maatschappij.

    Velen zien in deze verschuivingen een gevaar voor de democratie, maar Sjaak Koenis is minder pessimistisch. De boosheid van de burger vormt volgens hem geen gevaar voor de democratie, maar is er juist een gevolg van. Om dit te begrijpen hebben we een realistischer beeld van democratie nodig. Het is de democratie zelf die - gevangen tussen pragmatisme en verlossing - spanningen creëert, tussen elite en volk, tussen gelijkheid en ongelijkheid, en tussen het verlangen naar gemeenschap en de ondermijning ervan. De boosheid die hieruit voortvloeit, het ressentiment, daar gaat het in dit boek om. Geïnspireerd door Alexis de Tocqueville, Friedrich Nietzsche, Max Scheler en de Nederlandse publicist Menno ter Braak onderwerpt Sjaak Koenis in dit boek de democratie in Nederland aan een nieuw en tegendraads onderzoek.

    SJAAK KOENIS is als politiek filosoof verbonden aan de Universiteit Maastricht en publiceerde eerder de spraakmakende boeken HET VERLANGEN NAAR GEMEENSCHAP (1997) en HET VERLANGEN NAAR CULTUUR (2007), dat werd genomineerd voor de Socratesbeker, de prijs voor het beste filosofische boek.

    ww.uitgeverijvangennep.nl

  • Walter Proska, een 28-jarige soldaat in het Duitse leger, heeft zojuist verlof gehad en is op weg naar zijn eenheid aan het front. Als de trein stopt in Prowursk vlak voor de uitgestrekte moerassen van Rokitno vraagt een jonge vrouw, Wanda, om hulp. Ze heeft een kruik bij zich met de as van haar broer die ze naar zijn weduwe in het volgende dorp zegt te willen brengen. Walter, die op slag door Wanda betoverd is, helpt haar zijn wagon binnen.

    Maar de trein bereikt het dorp niet. Wanda moet vluchten voor een patrouille en de trein loopt op een mijn die partizanen daar gelegd hebben. Walter overleeft de aanslag en gaat deel uit maken van een handjevol soldaten dat onder leiding van een onberekenbare korporaal de partizanen - die in de uitgestrekte moerassen kat en muis spelen met de Duitsers - moet zien te overleven. Als Walter tijdens een patrouille Wanda weer tegenkomt, is dat het begin van een (liefdes)geschiedenis waarbij Walter geconfronteerd wordt met zichzelf en zijn geweten.

    DE OVERLOPER is de tweede roman van Siegfried Lenz die pas na zijn dood werd ontdekt en in 2016 voor het eerst werd uitgebracht. De ontdekking bleek een sensatie en van het indrukwekkende boek werden meer dan 100.000 exemplaren in Duitsland verkocht. Net zoals later in DUITSE LES vertelt meester­verteller Lenz op de voor hem kenmerkende wijze ook in deze roman een meeslepend en universeel verhaal over een individu dat verwikkeld is in de strijd tussen loyaliteit en geweten, liefde en verraad.

  • De bijbel lezen op een manier die voor opschudding zorgt. Op zo'n manier dat niet alleen gebeurtenissen maar ook jijzelf en wat je voor waar hield in een nieuw licht komen te staan. De preken van de Theoloog van het Jaar Janneke Stegeman, waarvan er hier nu voor het eerst 24 zijn gebundeld, kunnen beschouwd worden als een aanzet tot een nieuwe bevrijdings­theologie.

    Of het nu gaat om het gevecht met de engel, het ver­haal van Martha en Maria of over de betekenis van een God die met zijn stem stilte uitademt, steeds zoekt Janneke Stegeman naar de dieperliggende confrontaties en tegenstellingen die de traditie van de bijbelse verhalen bepaald hebben. Geloven is voor haar verlammende structuren en oude patronen doorbreken, en dat is geen doel op zichzelf, maar onvermijdelijk omdat mensen en tijden veranderen.

    Janneke Stegeman is bijbelwetenschapper en theo­loog bij De Nieuwe Liefde in Amsterdam. In 2014 promo­veerde ze met een onderzoek naar het boek Jeremia en woonde toen een tijd in Jeruzalem. In 2016 werd zij verkozen tot Theo­loog van het Jaar. Dit is na haar dissertatie haar eerste boek voor een breed publiek.

    'Zowel in woord als in geschrift blinkt ze uit in het verbinden van theologie met de actualiteit.'
    Juryrapport verkiezing Theoloog van het Jaar

  • Hakenkruizen in de lift. Meisjes die beweren dat de aanslagen in Parijs in scène zijn gezet. Docenten die zich soms geen raad weten met klassikale discussies over maatschappelijk controversiële onderwerpen. De maatschappij dringt de school steeds verder binnen, maar we weten niet goed hoe we leerlingen voor moeten bereiden op het leven in een democratische samenleving.

    Waar ligt dat aan? In ieder geval niet aan docenten, want zij vinden het burgerschapsonderwijs het belangrijkste doel van het onderwijs. Daarin worden ze gesteund door hun schoolbesturen. Ook in de Tweede Kamer worden meer en meer vragen gesteld. Leerlingen verplichten om het Wilhelmus te gaan zingen en een bezoekje aan het Rijksmuseum te brengen zal het tij niet keren.

    In dit pamflet zet Bram Eidhof uiteen wat burgerschap precies is en waarom we er zo mee worstelen. En hoe we voorkomen dat burgerschapsonderwijs een eliteproject of identiteitsproject wordt. In plaats daarvan pleit hij voor scherp gedefinieerd en substantieel burgerschapsonderwijs. Daarmee levert dit pamflet een belangrijke bijdrage aan een hoogst actuele discussie.

  • De jonge muziekdocent en latere componist Georg krijgt tijdens een werkcollege Julika in het vizier. Ze is helemaal zijn type, slechts een paar jaar jonger dan hij, en beantwoordt zijn blikken op een tegelijkertijd uitdagende en afwijzende manier. Georg heeft het gevoel dat zij wat in hem los kan maken, dat hij met haar het leven kan veroveren en in de liefde veel kan bereiken.

    En dat is ook zo. Georg voelt zich vrijer, trouwt met haar en krijgt drie kinderen. Als een viertal vrienden op zijn huwelijksfeest als verrassing een vergeten compositie van hem ten gehore brengt, is Georg blij verrast. Het componeren wordt zijn levensvervulling en hij kan met zijn composities zijn gezin onderhouden.

    Maar al snel wordt de relatie met de gecompliceerde Julika steeds moei­zamer en als hij na een concert de celliste Sonja ontmoet, is een breuk onvermijdelijk. Dan begint voor Georg - we zijn dan pas aan het begin van het verhaal en de kinderen zijn nog klein - een nieuwe periode in zijn leven waarin hij los van maatschappelijke conventies en patronen zijn leven opnieuw invulling geeft.

    LEERSCHOOL DER LIEFDE is een unieke roman - vertaald door de bekroonde vertaler Gerrit Bussink - waarin de bekende Duitse schrijver Michael Kumpf­müller de gevoelens van een man op een liefdevolle en onsentimentele wijze analyseert en tot leven brengt.


  • In de `mini-samenleving' van een schoolklas in een grootstedelijke omgeving kunnen de sociale en culturele codes van leerlingen en docenten sterk van elkaar verschillen. Bij zo'n mismatch bestaat het risico dat leerlingen de switch naar de schoolladder niet of onvoldoende maken en dat succes bij de klim op deze ladder uitblijft. Een hoge vroegtijdige schooluitval, een lage participatie van ouders, lage tevredenheidscijfers van leraren zijn de ongewenste gevolgen.

    Dit boek biedt een fascinerend inzicht in de ervaringswereld van leerlingen en docenten. Wat maakt dat leerlingen de stap naar de schoolladder gaan zetten en deze met succes gaan beklimmen? Hoe kijken zij tegen hun houding in de klas aan? Wat verwachten zij van hun docenten? Waarom vinden zij hun stage zo belangrijk? Hoe kunnen docenten hun leerlingen motiveren? Welke rol kunnen schoolleiders spelen bij het scheppen van een zo goed mogelijk leerklimaat?

    Op basis van observaties tijdens lessen en interviews met leerlingen en docenten worden in dit boek verrassende conclusies getrokken. Stads- en onderwijssocioloog Iliass El Hadioui, bekend van Hoe de straat de school binnendringt, en zijn onderzoeksteam op de Vrije Universiteit schreven een belangwekkend boek dat de noodzaak van een hervorming van de schoolcultuur aantoont.

  • `Het [wrak] lag daar als een compleet verloren en weer herboren land dat, nu het boven water was, zijn hele geschiedenis met zich meedroeg (...).'

    Op de bodem van de haven van een grote stad liggen oude scheepswrakken, getuigen van een nog niet zo ver verleden. Duikers zijn voortdurend aan het werk om waardevolle materialen te bergen en daaronder is er een die zijn beste tijd gehad heeft: Hinrichs. Suizingen in zijn oren en hartkloppingen, daar had hij vroeger geen last van. Nu dreigt hij uitgerangeerd te raken.

    Maar Hinrich wil zijn beroep niet opgeven; hij wil blijven doen wat hem altijd gelukkig heeft gemaakt. Hij besluit iets gevaarlijks en ongeoorloofds te doen, niet uit onverantwoordelijkheid maar weloverwogen, als iemand die weet dat het gaat om zijn laatste kans in het leven.

    Met DE MAN IN DE STROOM beschrijft Lenz het tijdloze thema van het ouder worden. De ontwikkelingen zorgen voor een psychologisch sterk en spannend verhaal, dat zich, zoals veel van Lenz' werk, afspeelt in een maritieme omgeving, waarin hij zich als een vis in het water voelt.

    `Lenz verrast - en wel op opwindende wijze.' DER SPIEGEL

  • Op een dag staat er in een klein Duits dorp opeens een jongen op de drempel van het huis van het gezin Bastian. Hij zegt dat hij familie van hen is. Het is crisistijd en de jongen mag blijven om op het land te helpen. Wat niemand weet, is dat hij een socialist is en gezocht wordt door de politie.

    De verkiezingen van november 1932 komen eraan. Hitler is nog niet aan de macht, maar zijn vazallen manifesteren zich met veel bombast, mooie uniformen, vlaggen én geweld. De jongelui in het dorp kunnen de fascistische lokroep moeilijk weerstaan, terwijl de oudere generatie vecht om het hoofd boven water te houden.

    Net als in HET ZEVENDE KRUIS weet Seghers de spanning in deze al in 1933 in Amsterdam verschenen roman meesterlijk op te bouwen en door de levensechte beschrijvingen van de personages de armoede en de politieke spanningen van die tijd voelbaar te maken. Dit levert een indringend portret op van een dorp aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

    HET JUDASLOON is de tweede roman van ANNA SEGHERS. Met haar boeken over de opkomst van het fascisme en de Tweede Wereldoorlog zou Anna Seghers wereldberoemd worden. Voor deze uitgave herzag Elly Schippers, die ook HET ZEVENDE KRUIS en TRANSIT vertaalde, haar oorspronkelijke vertaling uit 1983.

    'Seghers ontpopt zich in deze roman als een groot vertelster (...) Voor de lezer is er geen ontkomen aan; Seghers neemt hem mee terug naar nazi-Duitsland in het jaar 1937.' - DE VOLKSKRANT over HET ZEVENDE KRUIS

    'Een ongeëvenaarde liefdesroman.' - TROUW over TRANSIT

empty