Boom criminologie

  • De improvisatiemaatschappij werpt een nieuw licht op de complexiteit van de huidige samenleving. Velen ervaren chaos en onoverzichtelijkheid. Er heerst onbehagen onder burgers en er is onzekerheid bij bestuurders. Het lijkt aan perspectief te ontbreken. Maar misschien zien we wel iets over het hoofd?!

    Hans Boutellier levert een realistische en inspirerende voorstelling van een nieuwe sociale orde. Het boek gaat over identiteit en woede, waarden en normen, participatie en integratie, en over recht en veiligheid. Het biedt een brede, onderbouwde en constructieve visie op de hedendaagse samenleving. Deze druk is uitgebreid met een openingshoofdstuk dat de concrete werking van de improvisatiemaatschappij belicht.

  • Onbemande luchtvaartuigen, vaak kortweg aangeduid als drones, zijn eenvoudig en goedkoop verkrijgbaar en alom wordt verwacht dat het civiele gebruik van drones door burgers, bedrijven en overheden de komende jaren enorm zal toenemen. Dit roept vragen op over wat technisch mogelijk is, wat juridisch toegestaan is en wat maatschappelijk wenselijk is.
    In dit onderzoek wordt uitgebreid ingegaan op verschillende soorten drones, wat in de toekomst mogelijk wordt en welke kansen en bedreigingen drones met zich meebrengen. Drones uitgerust met camera's kunnen worden ingezet voor onder meer criminaliteitspreventie, rampenbestrijding, dijkinspecties, grensbewaking, landbouw en film en televisie. Andere toepassingen zijn drones die worden ingezet voor het vervoer van pakketjes en drones die worden voorzien van warmtesensoren voor het opsporen van hennepplantages. Drones met water, voedsel en medicijnen kunnen worden ingezet bij reddingsoperaties. De tendens is dat drones steeds kleiner, lichter, efficiënter en goedkoper worden. Daarnaast zullen drones steeds autonomer worden en steeds meer in staat zijn in zwermen te opereren.
    Het gebruik van drones brengt ook risico's met zich mee, waaronder veiligheidsrisico's en privacyrisico's. Drones kunnen neerstorten op mensen en gebouwen of kunnen ander luchtverkeer verstoren, met slachtoffers en grote schade tot gevolg. Kwaadwillenden kunnen drones gebruiken voor het invliegen op mensen, het hinderlijk volgen van personen of het heimelijk bespieden van de buurvrouw. In dit onderzoek wordt uitgebreid ingegaan op de bestaande juridische kaders voor het gebruik van drones, waaronder de luchtvaartwetgeving, aansprakelijkheidsrecht, privacyrecht en strafrecht, waarbij knelpunten in de wet- en regelgeving aan bod komen. Ook wordt de Nederlandse situatie vergeleken met België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Australië en de Verenigde Staten. Op basis van de bevindingen worden verdere waarborgen voor de privacy voorgesteld en contouren voor toekomstige wetgeving geschetst.

  • De risico-regelreflex is een term die sinds zijn introductie in 2010 steeds meer gebruikt wordt. Het verschijnsel wordt breed herkend onder bestuurders, volksvertegenwoordigers, ambtenaren, wetenschappers en journalisten, maar wordt op uiteenlopende manieren geduid. Deze publicatie geeft een uitgebreide definitie van de risico-regelreflex, die duidelijk maakt dat het gaat om de valkuil om na het bekend worden van een risico of naar aanleiding van een incident maatregelen te nemen die in wezen ondoordacht zijn. Zulke maatregelen kunnen de vorm hebben van wet- en regelgeving, normstelling, toezicht of voorzieningen.

    Adequaat omgaan met de risico-regelreflex is een van de voorwaarden van goed bestuur. Het herkennen van de reflex is een belangrijke eerste stap in het vermijden ervan. Daarom worden in dit boek voor het eerst de aanjagende krachten benoemd die ertoe kunnen leiden dat overheden of andere organisaties zich gedwongen voelen om met snelle en vaak drastische risicobeperkende maatregelen te komen. De aanjagende krachten gaan vaak vergezeld van typerende uitspraken die als symptomen opgevat kunnen worden. Een bekende uitspraak is bijvoorbeeld `Dit mag nooit meer gebeuren'. Ook worden de dempende krachten in beeld gebracht waarmee de risicoregelreflex voorkomen kan worden.

    De hoofdmoot van het boek bestaat uit de beschrijving van het openbare debat in de volksvertegenwoordiging en de media rond 27 voorbeelden, met telkens een korte analyse van de aanjagende en dempende krachten die daar te zien zijn. De voorbeelden bevinden zich vooral in het fysieke en het sociale domein, met een enkele uitzondering, zoals de maatregelen tegen uitkeringsfraude. Negen voorbeelden spelen zich af binnen een gemeente, zestien binnen de rijksoverheid en twee Belgische voorbeelden sluiten de reeks af.

    In de bijlage is een aantal Nederlandse en internationale publicaties opgenomen waarin andere casuïstiek te vinden is, met uiteenlopende methodiek en mate van detaillering.

    Het boek is gebaseerd op de inzichten die tussen 2010 en 2014 ontwikkeld zijn door het interdepartementale programma Risico's en verantwoordelijkheden.

  • Op woensdag 11 december 1996 werd Gonda vermoord. Daarna werd er brand gesticht. Van meet af aan was haar man Reinier de belangrijkste verdachte. Het duurde nog vele jaren voordat hij werd veroordeeld. In 2009 kreeg Reinier van het Hof Leeuwarden 15 jaar gevangenisstraf voor het vermoorden van zijn vrouw.

    Altijd heeft Reinier ontkend dat hij Gonda vermoordde. In het Project Gerede Twijfel werd het bewijs waarop hij werd veroordeeld opnieuw minutieus onderzocht. De zaak blijkt anders in elkaar te steken dan het hof meende. Bij de zoektocht door het Project Gerede Twijfel werden er allerlei nieuwe ontdekkingen gedaan, kleine en grote. Zo blijkt de politie te zijn uitgegaan van onjuiste gegevens en blijkt een belangrijke getuige niet ondervraagd.
    />
    Karien van den Doel en Karima Marouf studeerden criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Janna Tjebbes en Christel Edelman studeerden criminologie aan de Universiteit Leiden. Guillaume Beijers en Jasper van der Kemp zijn universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
    Peter J. van Koppen is hoogleraar Rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

  • Blauwe patronen

    Wouter Landman

    Dit boek gaat over hoe straatagenten betekenis geven aan de omgeving waarin zij moeten optreden. Hoe lezen zij de straat? Hoe stellen zij vast wat er in een situatie aan de hand is? Hoe komen zij tot oordelen over wat er moet gebeuren? Dergelijke vragen worden in dit boek beantwoord. Op basis van etnografisch veldwerk worden tweeëntwintig patronen van betekenisgeving - blauwe patronen - onderscheiden die ten grondslag liggen aan de uitvoering van het politiewerk in de basispolitiezorg. Deze patronen bieden een nieuw perspectief op het politiewerk en geven een unieke inkijk in het vakmanschap van straatagenten. De blauwe patronen worden uitvoerig beschreven en voorzien van uiteenlopende, levendige voorbeelden uit het dagelijks politiewerk. Deze beschrijvingen maken duidelijk dat de betekenisgeving van straatagenten in belangrijke mate wordt gevoed door hun professionele intuïtie. Het boek eindigt met het inzicht dat de betekenisgeving van straatagenten nauwelijks van buitenaf kan worden beïnvloed. Dat moeten straatagenten zelf doen. Zij benutten de eigen uitvoeringspraktijk echter onvoldoende om hun intuïtie te ontwikkelen. Dat is een belemmering voor beter politiewerk.

  • In 2000 werd in Nederland het bordeelverbod opgeheven. De kern van dit
    legaliseringsbeleid was om onderscheid tussen sekswerk en gedwongen
    prostitutie mogelijk te maken. Niettemin bleek de vermeende connectie
    tussen sekswerk en mensenhandel vanzelfsprekend geworden en sterk
    ingebed in de Nederlandse samenleving. Mensenhandel was voor de gemeente
    Utrecht dan ook de reden om op 25 juli 2013 alle prostitutieboten
    aan het Zandpad te sluiten. Dit onderzoek laat zien dat niet zozeer mensenhandel, maar de `mensenhandelhype' - namelijk de overdreven en intensieve promotie van negatieve beelden van prostitutie - heeft geleid tot beleidsbeslissingen die de bestaande problemen eerder hebben verergerd dan verminderd. Honderden sekswerkers die niets met de mensenhandelproblematiek te maken hebben gehad, zijn slachtoffer geworden van onverantwoorde en haastige beleidsbeslissingen van de gemeente Utrecht om het Zandpad te sluiten. Dit onderzoek laat zien wat er met de vrouwen gebeurde na de sluiting van het Zandpad en wat de consequenties waren voor hen, voor hun klanten, de hulpverlenende organisaties en andere betrokkenen.

  • Sinds 2000 beschikken de financiële toezichthouders, de AFM en DNB, over de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen. De invoering van de bestuurlijke boete was het beleidsmatige antwoord op het zogenoemde handhavingstekort ten aanzien van de sociaaleconomische ordeningswetgeving. De bestuurlijke boete kan worden beschouwd als een systeemdoorbraak in de rechtshandhaving. De verwachtingen van de doelmatigheid waren dan ook hoog. De bestuurlijke boete zou voorzien in een lacune in de handhaving. Tegelijk was er ook kritiek. De bestuurlijke boete zou het bestuur en de bestuursrechter niet zijn toe te vertrouwen, de belangen van betrokkenen zouden beter zijn gewaarborgd binnen het straf(proces)recht.

    Aan de hand van boetebesluiten, interviews met medewerkers van de toezichthouders en met advocaten, en jurisprudentie is de boetepraktijk van de financiële toezichthouders onderzocht: hoe wegen de AFM en DNB de betrokken belangen en bepalen zij de hoogte van de boete? Hoe verhoudt zich dat tot de discussie tussen de voor- en tegenstanders van de invoering van de bestuurlijke boete? Het onderzoek brengt een opmerkelijke discrepantie aan het licht tussen de beoogde doelen en werking van de boete en de toepassing in de praktijk. Dit werpt een nieuw licht op de `oude' bezwaren tegen de bestuurlijke boete: het ontbreken van tegenwicht en transparantie.

  • Overheidsbeleid om de economie en de sociale of fysieke kwaliteit van kwetsbare wijken te verbeteren (de `wijkenaanpak') kan niet zonder een voortvarende aanpak van de georganiseerde misdaad. Het gaat om `eerlijke kansen' voor mensen in achterstandsbuurten, maar evengoed is het belangrijk dat er een `pakkans' is voor georganiseerde criminelen. Georganiseerde misdaad is een groot maatschappelijke probleem. In sommige wijken is vrijwel zeker meer crimineel geld dan legaal geld aanwezig. Er ontstaat onder groepen een denkwereld waarin (veel) crimineel geld acceptabel of nastrevenswaardig is. Dergelijke groepen hebben `eerlijke kansen' genegeerd en profiteerden van de lage pakkans bij delicten zonder directe slachtoffers of aangiften, zoals drugsproductie, drugshandel, gokken of fraude. Dit boek analyseert deze fenomenen op basis van veldwerk op vier locaties en formuleert aanbevelingen.

  • Jaarlijks worden in Nederland miljoenen delicten gepleegd.
    Veel burgers, bedrijven en instellingen zijn slachtoffer van
    criminaliteit. De publicatie `Criminaliteit en rechtshandhaving'
    beschrijft in kwantitatieve termen waaruit deze criminaliteit bestaat,
    wie ervan het slachtoffer is, door wie de criminaliteit wordt gepleegd,
    wat ervan wordt opgespoord en wat de justitiële reactie hierop is.
    Deze editie is de dertiende in de reeks en betreft een sterk
    ingekorte uitgave, waarbij ontwikkelingen in criminaliteit en
    rechtshandhaving voor met name de periode van 2007 tot en
    met 2014 worden beschreven.

  • Wat betekent het om op te groeien in een criminogene context en geen criminele carrière te ontwikkelen (resistance to crime)? Het antwoord op deze vraag wordt in dit boek onderzocht langs centrale thema's als veerkracht, individuele ontwikkeling en sociale context.
    Zo wordt bekeken in hoeverre veerkracht en zelfsturing betekenisvol zijn ten aanzien van resistance to crime. Op basis van twintig bestudeerde levensverhalen worden zes bronnen van veerkracht besproken. Deze dragen bij aan het uitblijven van een criminele carrière en een aantal indviduele opgaven gedurende het leven.
    Dit boek bevat daarmee aanknopingspunten om vanuit een positief-narratief handelingsperspectief het uitblijven van criminaliteit te versterken met aandacht voor persoonlijke betekenisgeving.

  • The Netherlands is a large producer and trader of synthetic drugs (notably XTC and amphetamines). In fact, Dutch criminals are global leaders in the synthetic drugs industry, with distribution networks and commercial activities across the world. It is a multi-billion business forming a shadow economy that is immensely attractive to many people. This book describes why the Netherlands has become and - barring drastic action by the Dutch government - will remain such a big player in synthetic drugs.

    This is an abridged account of another Boom Criminologie publication entitled Waar een klein land groot in kan zijn. Nederland en synthetische drugs in de afgelopen 50 jaar. (A small country punching above its weight. The Netherlands and synthetic drugs in the past 50 years). The aim of the authors is to make a contribution to the national and international debate about drugs, drugs crime and the anti-drugs efforts.

  • Media-uitingen over illegaal of crimineel gedrag kunnen grootschalige en heftige reacties losmaken. Via sociale media verspreidt content zich in razend tempo. Media en criminaliteit zijn geen werelden apart. Criminaliteit maakt deel uit van de dynamiek van de Risikogesellschaft. Mensen definiëren met behulp van (sociale) media steeds opnieuw wat criminaliteit is en hoe criminaliteit wordt ervaren.

    Dit boek gaat over de invloed van media-uitingen op het delict gedrag van plegers van high impact crimes: overvallers, straatrovers, inbrekers en geweldplegers. Er is weinig bekend over hoe specifieke groepen criminelen naar (sociale) media kijken. Wat vinden ze interessant? Met wie delen ze welke content - en waarom? Hoe werkt dat precies?

    Beleidsmakers weten dat enkel repressie weinig doet. Om high impact crimes te bestrijden zijn aanvullende strategieën nodig, zoals een persoonsgerichteaanpak of slimme beïnvloeding van (potentiële) daders via (sociale) media. Daarom biedt dit boek niet alleen wetenschappers, beleidsmakers en eerstelijnsprofessionals, maar ook communicatieadviseurs in de veiligheidszorg een eigenzinnige analyse en een prikkelend handelingsperspectief.

  • Malheureusement, la violence commise au nom de l'honneur est un phénomène régulier dans notre société. Pour environ trois mille affaires par an, la police envisage l'honneur bafoué comme un mobile de violence ou de menace de violence. Il n'est pas toujours simple de reconnaître une affaire d'honneur car l'atteinte à l'honneur et sa réparation peuvent revêtir des formes variées, allant de la menace au meurtre. En outre, ces affaires peuvent toucher les individus dans différentes phases de leur parcours de vie. Sans oublier que les hommes comme les femmes sont susceptibles de remplir le rôle de victime tout autant que celui de suspect.

    Cet ouvrage est une introduction au monde complexe de l'honneur et de la violence à l'intention des personnels de police et autres professionnels confrontés à cette problématique dans le cadre de leurs fonctions. Il approfondit pour eux les questions suivantes : pourquoi le sentiment d'honneur est-il si important ? Dans un confl it, comment reconnait-on les signes avant-coureurs de la violence ? Que peuvent faire les professionnels ?

  • Omschrijving
    De auteur beschrijft in dit boek een wetenschappelijk onderzoek dat tot doel had om de detentiebeleving van een onderbelichte populatie, namelijk vrouwen met een interneringsstatuut, te bestuderen. Het onderzoek trachtte de leef- en betekeniswereld van de vrouwen te vatten.

    De auteur behandelt in dit boek het conceptuele kader rond import- en deprivatiemodellen en beschrijft de bestaande empirische studies rond vrouwen in detentie. Het kwalitatieve veldwerk bestond uit twee fases. Tijdens de eerste fase bevroeg de auteur 51 geïnterneerde vrouwen in detentie. Tijdens het follow-up onderzoek werden de vrouwen opnieuw bevraagd in de setting waar ze op dat moment verbleven (n=42); in detentie (n=15), forensische zorgvoorzieningen (n=17), reguliere residentiële zorgvoorzieningen (n=7) en thuis (n=3). Aanvullend wordt het profiel van de respondenten geschetst na een dossierstudie.

    Dit boek richt zich tot academici met interesse in de forensische geestelijke gezondheidszorg en het detentieleven. Het boek is daarnaast gericht tot professionelen in het werkveld van de forensische geestelijke gezondheidszorg, die meer inzicht wensen te krijgen in de beleving van geïnterneerde vrouwen verblijvende in diverse (behandel) settings.

  • Drie mannen gingen een overval plegen op een iemand die illegaal PlayStations ombouwde. Het eindigde in een vreselijk drama. Drie mensen werden om het leven gebracht. Evert deed mee aan de overval. Dat staat niet ter discussie. Hij zegt dat hij niet wist dat de overval zo gewelddadig zou worden. En dat is van belang voor de vraag of hij medeplichtig is of niet. In dit boek wordt het bewijs precies geanalyseerd op grond waarvan kan worden beslist of Evert medeplichtig is. Of niet.

  • De Rotterdamse haven vervult wereldwijd een belangrijke economische positie. Naast een van de belangrijkste toegangspoorten van goederen naar Europa en de rest van de wereld, is de haven ook een belangrijk logistiek knooppunt voor georganiseerde criminaliteit. De afgelopen jaren hebben grote drugsvangsten en corruptieschandalen een stempel gedrukt op de berichtgeving over de Rotterdamse haven. Dit boek geeft op basis van kwalitatief onderzoek een diepgaand beeld van de aard en de aanpak van drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven.

    Deze studie geeft een beschrijving en verklaring van verschillende facetten van drugscriminaliteit in de haven van Rotterdam. Hierbij wordt ingegaan op de aard, omvang, sociale organisatie en het logistieke proces van drugssmokkel, met bijzondere aandacht voor de kwetsbare locaties en sectoren in dit gebied. Daarnaast wordt uitvoerig in kaart gebracht hoe de aanpak van drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven is georganiseerd en functioneert.

  • Wie het heeft over de positie van dieren in de criminologie, kan vaak op lacherige reacties rekenen. Dominant is de gedachte dat het in dit door sociale wetenschappers en juristen gedomineerde veld van studie toch vooral over mensen gaat. Maar in een tijd waarin we ons in toenemende mate zorgen maken over de (mede door ons eigen toedoen) zorgwekkende toekomst van ons leven en dat van andere soorten op aarde, kunnen we het ons niet meer permitteren om alleen nog aan ons zelf te denken. Wat nodig is, is een non-speciesistische criminologie. Dat is een criminologie waarin niet een soort, de mens, centraal staat, maar een criminologie waarin aandacht is voor  alle leven.

    In dit boek laat Janine Janssen zien hoe rijk aan ideeën en thema's de wereld is van criminologen - en denkers die hen hebben geïnspireerd - die trachten tot een non-speciesistische wetenschapsbeoefening te komen. Ook staat zij uitvoerig stil bij de manier waarop haar eigen denken over andere dieren naast de mens vanaf haar jeugd tot op heden zich ontwikkeld heeft.

  • "Bedreigingen tegen politici brengen de democratie in gevaar". Deze uitspraak is opgetekend in dagblad Trouw (2017) en afkomstig van de plaatsvervangend directeur van de Wethoudersvereniging. In een interview met het dagblad spreekt hij zijn zorg uit over de invloed van bedreigingen op het functioneren van de democratie in Nederland. Hij staat niet alleen in zijn zorg. Diverse beroeps- en belangenverenigingen hebben de afgelopen jaren hun zorg gedeeld over het toenemende aantal bedreigingen en de invloed daarvan op de kwaliteit van het (lokaal) openbaar bestuur. Het gaat daarbij niet alleen om strafbare gedragingen, maar ook om niet-strafbare gedragingen die als bedreigend worden ervaren.
    Is deze zorg terecht? Het antwoord op die vraag wordt in dit boek verkend. Aan de hand van ervaringen van 35 (ex)wethouders wordt bekeken met welke bedreigingen zij in hun werk te maken krijgen en hoe zij persoonlijk omgaan met bedreigingen. Aan de hand van de analyse van een drietal cases wordt vervolgens gekeken of de bedreigingen in die specifieke cases ook invloed hebben gehad op het uiteindelijk genomen besluit.

    Het boek biedt aanknopingspunten voor het doorontwikkelen van protocollen en instrumenten die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld om politici en bestuurders te ondersteunen bij de signalering van, de omgang met en de verwerking van bedreigingen.

  • Slachtoffers hebben de laatste decennia steeds meer aandacht verkregen, hun belangen zijn ruimschoots voor het voetlicht gebracht en hun rechtspositie is verbeterd. Die ontwikkelingen hebben echter ook een aantal keerzijden met zich meegebracht. De vraag is of de aandacht voor slachtoffers in een aantal opzichten is doorgeschoten. Zo roepen taferelen van wild justice in de context van het spreekrecht de vraag op of het wel zinvol is dat slachtoffers en nabestaanden vrijuit hun woede en ongenoegen verwoorden. In welke opzichten schuurt dat met het publieke rechtsgoed? Hoe maak je slachtoffers en nabestaanden duidelijk dat hun belangen - hoe pijnlijk hun situatie ook is - ondergeschikt zijn aan het publieke belang van waarheidsvinding? Hoe voorkom je dat valse verwachtingen worden gewekt? In dit boek belichten acht auteurs deze vragen en verwante kwesties vanuit uiteenlopende invalshoeken.

  • Voor velen staat het vakgebied van de antropologie vooral bekend als de
    studie over verre volkeren, samenlevingen op tropische eilanden of in
    oerwouden. Zakelijk gezien wordt het vaak omschreven als een waardeloze
    studie. Wat een misvatting! Het handelen van mensen, de ontwikkelingen
    van groepen of teams; dat is de echte kern van de
    antropologie. Hoe handelen we vanuit waarden, welke
    normen horen daarbij en welke symbolen worden
    daarbij gebruikt? Vanuit dat perspectief kunnen we
    ook onze Nederlandse samenleving observeren, met
    vele verschillende individuen handelend in diverse
    groepsverbanden. De antropoloog kijkt naar de
    waarden die leiden tot het handelen van mensen en
    groepen en vraagt zich ook af of die met elkaar in
    botsing kunnen komen. Met die bril kijken geeft een
    waarde(n)volle inkijk op basis waarvan waardevolle
    interventies kunnen plaatsvinden. Dat is voor mij als
    burgemeester én als antropoloog het grote belang
    van de antropologie.

    In dit boek gaat Janine Janssen in op de vraag wat de antropologie voor de
    politie kan betekenen en hoe ideeën uit die wetenschap aangewend kunnen
    worden in het onderzoek voor, met en bij de politie. Na het lezen zult u de
    conclusie delen: antropologie is waardevol!

    Jack Mikkers, antropoloog én burgemeester van 's-Hertogenbosch

  • Op 5 juli 2005 werd politie-aspirant Jobien dood gevonden in haar appartement. De doodsoorzaak was een schot door haar hoofd. Ex-vriend en vader van haar twee kinderen, Vahid, werd direct verdachte. Volgens de offi cier van justitie vermoordde hij Jobien op maandagavond 4 juli toen hij bij haar thuis was. De kinderen stonden op dat moment te douchen. Belangrijke bewijsmiddelen in de zaak zijn schotresten, de slechte relatie van Jobien met Vahid, de houding van het lichaam van Jobien, de staat van het appartement en het meenemen van de kinderen door Vahid. Vahid werd veroordeeld. Maar wat op het eerste gezicht een sterke zaak leek, blijkt na grondige analyse een zwakke zaak van te zijn. Er is alleen indirect bewijs en er was te beperkt onderzoek naar andere scenario's gedaan. Vahid heeft altijd volgehouden dat hij de moord niet heeft gepleegd. Zou het kunnen dat hij de waarheid spreekt?

  • Veel toezichthouders in Nederland werken risicogestuurd. Bij risicogestuurd toezicht bepalen toezichthouders expliciet welke risico's de meeste aandacht verdienen. Daarop zetten ze hun beperkte middelen in. Dit rapport laat zien hoe toezichthouders risico's prioriteren, waarom ze dat doen en hoe tevreden medewerkers over deze prioritering zijn.

    In dit onderzoek identificeren we de rijke variëteit aan manieren waarop toezichthouders risico's prioriteren. We laten zien dat vanuit de logica en situatie van de toezichthouder het ook zinvol is om op een eigen manier te prioriteren. Dit onderzoek biedt een begrippenkader om de verschillen in prioriteringswijze en context inzichtelijk te maken.

    Het meenemen van professionele expertise bij inspecteurs en ondertoezichtgestelden blijkt volgens ons onderzoek bij te dragen aan tevredenheid over prioriteiten, terwijl professionele discretie - de keuzevrijheid die medewerkers ervaren - juist geen invloed heeft op deze tevredenheid. Lagere tevredenheid over prioriteiten treedt vooral op bij complexe en controversiële risico's. Juist daar is het moeilijk om risico's tegen elkaar af te wegen.

  • Nederland is de laatste jaren opgeschrikt door een aantal ernstige incidenten in de chemische industrie. Regelovertreding in de chemische industrie kan een direct en ernstig gevaar opleveren voor mens en milieu. Een beter inzicht in welke bedrijven wanneer welke regels overtreden is daarom cruciaal. Deze studie maakt gebruik van inzichten uit de levensloopcriminologie en past die toe op regelovertreding door Nederlandse Brzo-bedrijven. Het onderzoek is gebaseerd op longitudinale data met betrekking tot het regelovertredend gedrag van 494 Nederlandse bedrijven, die jaarlijks worden geïnspecteerd op basis van het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo). Dit onderzoek brengt patronen in de geschiedenis van regelovertreding door Brzo-bedrijven in kaart. Verreweg de meeste bedrijven (9 op de 10) overtreden wel eens de regels.

    Het aantal overtredingen is echter niet gelijk verdeeld over bedrijven. Uit het onderzoek blijkt dat een klein aantal overtreders (7%) verantwoordelijk is voor een disproportioneel aandeel overtredingen (24%). Er werden zeven unieke patronen van regelovertreding gevonden die grofweg in te delen zijn in drie groepen: bedrijven waarvan regelovertreding (1) toeneemt, (2) afneemt en (3) gelijk blijft. De momenteel voor dit onderzoek beschikbare bedrijfskenmerken en branche blijken slechts in beperkte mate samen te hangen met de gevonden patronen in regelovertreding bij Brzo-bedrijven.

    Verder blijkt de diversiteit aan soorten regelovertredingen groot: wanneer Nederlandse Brzo-bedrijven regels overtreden, overtreden zij doorgaans verschillende soorten bepalingen uit het Brzo-besluit. Ten slotte blijken verschillende aspecten van regelovertreding (zoals ernst, type en diversiteit van overtredingen), branche en bedrijfskenmerken niet voorspellend voor het voorvallen van een (ernstig) ongeval bij een bedrijf.

  • De Nederlandse samenleving behoort tot de internationale kopgroep in het omarmen van nieuwe informatietechnologie. Deze technologie biedt ons ongekende snelheid en gemak, maar heeft ook een keerzijde in de vorm van nieuwe kwetsbaarheden en gelegenheid voor criminaliteit.

    Door de snelheid en versplintering van onze digitalisering zijn effecten en neveneffecten niet op voorhand te voorspellen. We zullen daarom als samenleving steeds moeten improviseren in de omgang met nieuwe risico's die onherroepelijk blijven ontstaan. Daarbij kan nog maar weinig centrale aansturing door overheden plaatsvinden. Want in de gedigitaliseerde, black box society zijn complexe netwerken van verdeelde macht tussen technologische super controllers en eindgebruikers aan zet.

    Er ligt gelukkig een enorme veerkracht besloten in de samenleving en haar instituties. Daardoor gaat er al veel goed. Met de nodige ondersteuning, samenwerking en aanpassingen zijn wij collectief in staat om onze nieuwe, digitale samenleving prettiger, eerlijker en veiliger te maken. Zijn wij bereid daar een deel van onze digitaal verworven vrijheden voor in te leveren en ons online gedrag aan te passen?

empty