Vogelserie met 50% korting

Het voorjaar is begonnen!
  • Nienke Beintema vertelt het verhaal van de grootste roofvogel van de Lage Landen in `De zeearend'. Deze broedt sinds 2006 in ons land en is sindsdien met een spectaculaire opmars bezig. In 2020 waren er al twintig broedparen; meer dan honderd jonge zeearenden kropen in Nederland uit het ei. En de groei zet nog altijd door.
    Hoe is dat mogelijk, in een land waarin de natuur zo schrijnend onder druk staat? En waarom zijn we nu allemaal zo enthousiast over deze machtige vogel, terwijl we hem nog geen eeuw geleden achteloos uit de lucht schoten?
    Nienke Beintema ging op pad met boswachters, onderzoekers, een kunstenaar en een fotograaf om deze vragen te beantwoorden. In de Nederlandse zeearendgebieden, van Biesbosch tot Zuidlaardermeer, maar ook in Noorwegen, Duitsland en Schotland. Ze dook in boeken, artikelen en reisverslagen, op zoek naar de feiten en de mooiste anekdotes. Het boek maakt ook een uitstapje naar de zeearenden van Noord-Amerika.

  • Koos Dijksterhuis leert je alles over `De zwarte specht' in zijn nieuwste boek. Zwarte spechten zijn de timmerlieden van het bos. Ze houden van hakken en gaan zelfs knoeperhard eikenhout te lijf. Hun hele lijf is gebouwd op hameren. Koos Dijksterhuis is al zijn hele leven gefascineerd door deze grote, gitzwarte vogel met zijn vuurrode pet. Met een halve meter van kruin tot staartpunt is de zwarte specht de grootste specht van Europa. Zijn roffel klinkt als een mitrailleursalvo en zijn klagende roep draagt ver door het bos. Toch zie je hem zelden. De zwarte specht is namelijk een meester in het verstoppen. Als hij je ziet, draait hij om de boom en verbergt hij zich achter de stam.

    /> Dijksterhuis schrijft aanstekelijk en toegankelijk, hij kent de wetenschappelijke literatuur, en dat maakt deze monografie ook interessant voor de hardcore vogelfanaat.

  • Spreeuwen zwermen met miljoenen door de avondlucht. Hoe doen ze dat? Ze versieren hun nesten met bloemen. Waarom doen ze dat? Het leven van spreeuwen kent vele interessante aspecten. Koos Dijksterhuis is al jaren gefascineerd door spreeuwen, door hun gedrag en hun voorkomen. Ze zijn een feest om naar te kijken, zeker wanneer het verstrooide licht hun fraaie verenkleed zichtbaar maakt, en een feest om naar te luisteren; ze zingen en neuriën het hele jaar door.
    Spreeuwen zijn overal waar mensen zijn, ze broeden het liefst onder dakpannen in de stad en op het platteland, we nemen ze daardoor voor lief. Maar de laatste jaren nemen ze in aantal af, waarschijnlijk door toedoen van dezelfde mensen bij wie ze onderdak vonden. In De spreeuw beschrijft Dijksterhuis zijn grote liefde voor deze vogel, in de hoop op een betere toekomst voor dit dier.

  • Voor `De merel' putte Hay Wijnhoven uit het dagboek dat hij al jaren bijhoudt over de merels in zijn tuin, en verbindt zijn persoonlijke observaties op speelse wijze met de kennis die wetenschappers de afgelopen jaren hebben opgedaan. Geen vogel heeft zich gedurende de laatste twee eeuwen voortvarender in vrijwel alle uithoeken van Europa gevestigd dan de merel. Tussen IJsland en de Oeral leven inmiddels meer dan honderd miljoen van deze `zwarte lijsters'. Zo raken steeds meer mensen vertrouwd met zijn ontroerende, melancholieke lied. Terwijl in de steden de huismus onder druk staat, gedijen de merels er als nooit tevoren. Hoe hebben die eens zo schuwe bosvogels dat klaargespeeld? Wat is het verschil tussen een bos- en een stadsmerel? Zijn merels echt zo `territoriaal en monogaam' als beweerd wordt? En gaat het eigenlijk wel zo goed met ze? De merel blijkt een bijzonder kleurrijke vogel te zijn die zich bijna overal thuis voelt.

  • Al eeuwenlang trekt de rotgans in de herfst naar West-Europa en voedt zich langs de kust met zeegrassen en wieren. In het voorjaar komt ze `aan land' in het Waddengebied om zich op de kwelders rond te eten. Vervolgens vliegt ze naar Siberië om te broeden. In de jaren dertig is er ineens een mysterieuze afname van de aantallen, die in de jaren zestig een dieptepunt bereikt. Tien jaar later treedt er een onverwacht herstel op en begint ze ook 's winters grasland en wintergraan te begrazen. Dit zet onderzoekers aan het denken: wat bepaalt de grootte van de populatie? Welke invloeden spelen daarbij een rol?
    In De rotgans ontrafelt Barwolt Ebbinge de geheimen van deze kleine zeegans. Hij volgt haar tot in de toendra's in Noord-Siberië, hij spreekt Amerikaanse en Russische biologen over hun onderzoek en verzamelt historische gegevens van de jacht; zo levert hij een schat aan informatie en geeft hij antwoord op de vragen die biologen al zo lang bezighouden.

  • Gierzwaluwen eten in de lucht, ze paren in de lucht, ze zoeken al vliegend hun nestmateriaal bij elkaar en ze slapen in de lucht. Elk jaar vliegen ze vanuit hun overwinteringsgebieden in Afrika negenduizend kilometer naar het noorden om net dat ene dak in de Kinkerbuurt in Amsterdam te vinden waar ze vorig jaar ook zo fijn hebben gebroed.
    Remco Daalder gaat op zoek naar de geheimen van de gierzwaluw, en komt daarbij veel kleurrijke mensen tegen. Een Engelse plattelandsdominee uit de achttiende eeuw, een bezeten onderzoeker uit Oxford, activisten, politici, rasechte Amsterdammers die met hart en ziel hun vogels beschermen en moderne wetenschappers die met webcams en geolocators de geheimen van de gierzwaluw ontrafelen.

  • De raaf

    Louis Beyens

    In `De raaf' schenkt Louis Beyens aandacht aan de vogel die volgens hem erg onderschat wordt. De raaf is namelijk niet echt de Caruso van het dierenrijk. Toch is hij net als de kraai een heuse zangvogel, de grootste zelfs. Was hij vroeger een gewone broedvogel in Nederland en België, door zijn duistere, zwarte uiterlijk, de vermeende concurrentie met jagers en zijn slechte naam als aaseter hadden we hem bijna uitgeroeid. Halverwege de vorige eeuw is hij heruitgezet en nu leven er weer honderden broedparen in de Lage Landen.
    Daar mogen we blij mee zijn, want de raaf is een van de intelligentste diersoorten ter wereld. In vrijwel alle culturen neemt de raaf een belangrijke plaats in, mede door zijn incarnatie van de eeuwige tegenstelling van goed versus kwaad. In dit deel van de vogelserie vertelt Louis Beyens aanstekelijk en toegankelijk over deze prachtige mythische vogel waarmee de mens al zo lang een speciale relatie heeft.

  • De kauw

    Achilles Cools

    De kauw, een van de meest voorkomende vogels, is niet erg populair. Ten onrechte. De kunstenaar Achilles Cools leeft bij een kolonie kauwen en leert ze begrijpen. Hij ontdekt dat het intelligente vogels zijn met een hoog ontwikkelde taal en zelfs dialecten. Hij stelde vast dat de kauwen, die vrij rond zijn huis vliegen, verschillende en vaak opvallende persoonlijkheden hebben.
    Kauwen kennen liefde en haat, strikte monogamie maar ook overspel, homoseksualiteit, hiërarchie en carrièreplanning, leugen, bedrog, diefstal, maar ok altruïsme en onderling hulpbetoon, spel, droom, apathie en frustratie. De beschrijving van het kauwengedrag houdt de mens een spiegel voor.

  • De 'Turkse tortel' van bioloog en kunstenaar Hay Wijnhoven is een prachtige monografie over deze Turkse duivensoort. Hun grijsbeige verenkleed valt niet erg op. Toch zal iedereen ze wel eens gezien of gehoord hebben, die slanke duiven met het zwarte halskraagje en hun robijnrode kraalogen. Van oorsprong leven ze op de savanne in India. De Ottomanen brachten ze naar Turkije en van daaruit begonnen ze rond 1930 Europa te ontdekken. In amper twintig jaar vlogen ze van Istanbul naar de IJsselmeerkust en groeiden ze explosief in aantal. Maar de opmars is geenszins gestuit! Vogelliefhebbers in de Verenigde Staten en Canada melden nu de aankomst van Turkse tortels op hun voederplank. Geen vogel heeft ooit zo snel de wereld veroverd.
    /> Wijnhoven lokte ze met voer naar zijn tuin, begon schetsen te maken, las de wetenschappelijke literatuur en raakte verslingerd aan deze duiven.

  • Dat Nederland verreweg het dichtst door bergeenden bevolkte land is, weet bijna niemand. Toch kent vrijwel iedereen deze grote, opvallend bonte eenden; zwart met wit op de rug, een glanzend groene kop met felrode snavel, en een witte borst en buik, met over de borst een vurige roodbruine dwarsband. Maar is die grote bergeend wel een eend? De Duitsers noemen hem toch niet voor niets `gans'? En waarom heet een vogel die voornamelijk aan de kust voorkomt bergeend? Wie gaf het dier zijn wonderlijke Latijnse naam Tadorna tadorna? Dit zijn allemaal vragen waar Albert Beintema het antwoord op kent. Net als in zijn bekroonde monografie over de grutto schrijft hij in De bergeend vol liefde en in detail over een voor Nederland iconische vogel. Een vogel waar het wél goed mee gaat, want in heel Europa zien we de laatste decennia een gestage toename, die te danken is aan steeds betere bescherming.

  • In `De tapuit' beschrijft bioloog Herman van Oosten zijn onderzoek naar en bevindingen over een van zijn meest geliefde vogels.
    De tapuit dwingt van oudsher grote bewondering af: geen ander zangvogeltje legt namelijk zo'n grote afstand af tussen broedplaats en overwinteringsgebied. Want hoewel tapuiten over de hele wereld broeden, zelfs in Canada en Alaska, overwinteren ze allemaal in Afrika. In de broedtijd kun je tapuiten zingend in de lucht zien vliegen. Tenminste, als je je best doet. De tapuit was een veelvoorkomende broedvogel op ons platteland, in de duinen en op de heide, maar tegenwoordig broeden er hooguit nog driehonderd paartjes in Nederland. Alleen in het voorjaar zijn de vogels hier nog talrijk, als ze vanuit Afrika doortrekken naar hun noordelijker broedgebieden en even in Nederland blijven om aan te sterken. De tapuit is te herkennen aan zijn staart: daarop vind je een omgekeerde T.

  • In De zilvermeeuw vertelt Kees Camphuysen over een vogel die bij veel mensen weerstand oproept. Weerstand gevoed door vooroordelen. Als soort is de zilvermeeuw misschien opportunistisch, maar veel individuen blijken heel traditioneel. Aan de hand van dagboekaantekeningen en het meest recente meeuwenonderzoek op Texel beschrijft Camphuysen het leven van de zilvermeeuw. `Door twaalf jaar achtereen door dezelfde kolonie te lopen heb ik individuele vogels als persoonlijkheden leren kennen. Ik hoef hun ringen niet te lezen om te weten wie ze zijn. De kennismaking was in veel gevallen wederzijds. Veel meeuwen weten precies wie ik ben, wanneer ik kom, wat ik kom doen.' Het is deze persoonlijke kennis, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, die van De zilvermeeuw een buitengewoon leesbare kennismaking maakt met de wereld van een van onze veelvoorkomende, maar minst begrepen vogels. Niemand mag zich na lezing van deze fascinerende monografie nog op vooroordelen beroepen.

  • In `De kievit' van Sake P. Roodbergen, onderdeel van de Vogelserie, staat een iconische Nederlandse vogel centraal. De kievit is als voorbode van de lente bijzonder populair. In dit boek beschrijft Roodbergen, een van de grootste kenners van onze weidevogels, aan de hand van één jaarcyclus het leven van de kievit. Een weiland zonder kieviten leek tot voor kort ondenkbaar. Maar de achteruitgang van de natuur heeft directe gevolgen voor het leefgebied van de kievit.
    De inhoud van dit boek valt na de inleiding in drie grote delen uiteen. Het eerste deel beschrijft het leven van de kievit in al zijn aspecten. Het tweede en derde deel richten zich op de `benutting' én de bescherming van deze weidevogel. In de provincie Friesland zijn die twee onderling zo met elkaar vervlochten dat het geheel als onderdeel van het immaterieel cultureel erfgoed wordt ervaren.
    In `De kievit' zet Roodbergen uiteen wat de beste manier is om deze prachtige vogel te beschermen en voor het Nederlandse landschap te behouden.

  • Achilles Cools, auteur van het inmiddels klassiek geworden De kauw, is vermaard om zijn nauwkeurige natuurobservaties. Hij is erin geslaagd goudvinken te verleiden in zijn tuin te broeden. Een paar jaar lang heeft hij hun gedrag dagelijks geobserveerd en ook geprobeerd de wereld door hún ogen te zien. Waarom zijn die mannen zo bloedmooi en vrouwen muisgrijs? Zijn mannen altijd siermakers en vrouwen kunstkenners? En waarom behoort de goudvink niet tot de topzangers, terwijl hij zachtjes bijzondere melodieën kan fluiten? Cools wisselt eigen observaties af met onderzoek over de goudvink. Dat heeft geresulteerd in een unieke monografie over een van onze mooiste vogels.

  • Meerkoet

    Remco Daalder

    In De meerkoet gaat Remco Daalder, stadsbioloog bij de gemeente Amsterdam, op expeditie naar het Markermeer, het IJ en de grachtengordel om de geheimen van deze meest menselijke aller vogels te doorgronden. Meerkoeten zijn overal waar water is. Het zijn alledaagse dieren die een alledaags bestaan lijken te leiden, maar schijn bedriegt. Sommige koeten zijn hun hele leven trouw aan hun nestplek en hun partner, andere zijn ongebonden avonturiers, die de Middellandse Zee overvliegen om op de Nijl te overwinteren of de Sahara oversteken om neer te strijken in Liberia. Meerkoeten hebben een enorm verspreidingsgebied. Ze komen voor op de Herengracht in Amsterdam, maar ook in de bergen van Nieuw-Guinea. Ze redden zich overal, bijten fel van zich af en maken zelf wel uit wat ze met hun leven doen.

  • Van meest algemene vogel tot bedreigde soort: wat is er aan de hand met de huismus? Nog niet zo lang geleden stond er een premie op het doden van huismussen, nu dat niet meer het geval is, wordt de huismus bedreigd door het veranderende milieu.
    Kees Heij en Jacques Vos bestuderen de huismus al vanaf hun schooltijd, Heij is er zelfs op gepromoveerd. In dit boek beschrijven zij uitgebreid het leven van deze tegelijk zo bekende en volstrekt onbekende vogel en gaan zij op zoek naar de mogelijke oorzaken van hun achteruitgang en wat daaraan te doen is. Het lot van de huismus is onverbrekelijk verbonden met dat van de mens en deze monografie over de vogel is dan ook tevens een cultuurgeschiedenis van deze relatie

  • De koekoek

    Nick Davies

    De koekoek wordt bezongen in het werk van Shakespeare, Milton en Wordsworth. Maar voor veel vogels is de koekoek het ultieme kwaad, want het is de grootste bedrieger in het vogelrijk. Koekoeken over de hele wereld hebben tal van slimmigheden ontwikkeld om andere soorten te manipuleren zodat zij hun jongen opvoeden. Hoe komen ze daarmee weg?
    Wetenschapper Nick Davies onthult hoe de koekoek zijn soortgenoten beduvelt. Door speurwerk en veldexperimenten komt hij erachter dat er sprake is van een wedloop: de soortgenoten leren de gemene spelletjes van de koekoek steeds beter te doorzien, waardoor de koekoek op zijn beurt weer op zoek gaat naar nieuwe listen. Zo blijven de soorten zich evolueren. De koekoek geeft fascinerende, nieuwe inzichten in de leefwereld van deze vogels en in de wijze waarop bedrog gedijt en evolueert.

  • Als er één vogelsoort is die het verdient om uitgeroepen te worden tot de vogel van Nederland, dan is het de grutto. Maar inmiddels gaat het helemaal niet zo goed met hem; het boerenland is zodanig veranderd dat grutto's daar niet meer kunnen leven. In veertig jaar tijd is twee derde van de grutto's uit Nederland verdwenen.
    Albert Beintema beschrijft hoe grutto's hun jongen grootbrengen en hoe ze op spectaculaire wijze naar Afrika trekken. Hij laat zien hoe bijzonder deze vogel is en hoe belangrijk hij is als symbool voor de natuur en het cultureel erfgoed. Het is aan ons om te beslissen of wij de grutto willen behouden. Beintema heeft zijn keuze al gemaakt, al was het alleen maar omdat er niets mooiers te bedenken is dan een groepje baltsende grutto's die luid schreeuwend door een mooie voorjaarslucht boven een bloemrijke weide achter elkaar aan jakkeren.

empty