Vogelserie

Fascinerende serie voor maar €6,99 per stuk

  • Spreeuwen zwermen met miljoenen door de avondlucht. Hoe doen ze dat? Ze versieren hun nesten met bloemen. Waarom doen ze dat? Het leven van spreeuwen kent vele interessante aspecten. Koos Dijksterhuis is al jaren gefascineerd door spreeuwen, door hun gedrag en hun voorkomen. Ze zijn een feest om naar te kijken, zeker wanneer het verstrooide licht hun fraaie verenkleed zichtbaar maakt, en een feest om naar te luisteren; ze zingen en neuriën het hele jaar door.
    Spreeuwen zijn overal waar mensen zijn, ze broeden het liefst onder dakpannen in de stad en op het platteland, we nemen ze daardoor voor lief. Maar de laatste jaren nemen ze in aantal af, waarschijnlijk door toedoen van dezelfde mensen bij wie ze onderdak vonden. In De spreeuw beschrijft Dijksterhuis zijn grote liefde voor deze vogel, in de hoop op een betere toekomst voor dit dier.

  • Van meest algemene vogel tot bedreigde soort: wat is er aan de hand met de huismus? Nog niet zo lang geleden stond er een premie op het doden van huismussen, nu dat niet meer het geval is, wordt de huismus bedreigd door het veranderende milieu.
    Kees Heij en Jacques Vos bestuderen de huismus al vanaf hun schooltijd, Heij is er zelfs op gepromoveerd. In dit boek beschrijven zij uitgebreid het leven van deze tegelijk zo bekende en volstrekt onbekende vogel en gaan zij op zoek naar de mogelijke oorzaken van hun achteruitgang en wat daaraan te doen is. Het lot van de huismus is onverbrekelijk verbonden met dat van de mens en deze monografie over de vogel is dan ook tevens een cultuurgeschiedenis van deze relatie

  • Achilles Cools, auteur van het inmiddels klassiek geworden De kauw, is vermaard om zijn nauwkeurige natuurobservaties. Hij is erin geslaagd goudvinken te verleiden in zijn tuin te broeden. Een paar jaar lang heeft hij hun gedrag dagelijks geobserveerd en ook geprobeerd de wereld door hún ogen te zien. Waarom zijn die mannen zo bloedmooi en vrouwen muisgrijs? Zijn mannen altijd siermakers en vrouwen kunstkenners? En waarom behoort de goudvink niet tot de topzangers, terwijl hij zachtjes bijzondere melodieën kan fluiten? Cools wisselt eigen observaties af met onderzoek over de goudvink. Dat heeft geresulteerd in een unieke monografie over een van onze mooiste vogels.

  • Voor `De merel' putte Hay Wijnhoven uit het dagboek dat hij al jaren bijhoudt over de merels in zijn tuin, en verbindt zijn persoonlijke observaties op speelse wijze met de kennis die wetenschappers de afgelopen jaren hebben opgedaan. Geen vogel heeft zich gedurende de laatste twee eeuwen voortvarender in vrijwel alle uithoeken van Europa gevestigd dan de merel. Tussen IJsland en de Oeral leven inmiddels meer dan honderd miljoen van deze `zwarte lijsters'. Zo raken steeds meer mensen vertrouwd met zijn ontroerende, melancholieke lied. Terwijl in de steden de huismus onder druk staat, gedijen de merels er als nooit tevoren. Hoe hebben die eens zo schuwe bosvogels dat klaargespeeld? Wat is het verschil tussen een bos- en een stadsmerel? Zijn merels echt zo `territoriaal en monogaam' als beweerd wordt? En gaat het eigenlijk wel zo goed met ze? De merel blijkt een bijzonder kleurrijke vogel te zijn die zich bijna overal thuis voelt.

  • De raaf

    Louis Beyens

    In `De raaf' schenkt Louis Beyens aandacht aan de vogel die volgens hem erg onderschat wordt. De raaf is namelijk niet echt de Caruso van het dierenrijk. Toch is hij net als de kraai een heuse zangvogel, de grootste zelfs. Was hij vroeger een gewone broedvogel in Nederland en België, door zijn duistere, zwarte uiterlijk, de vermeende concurrentie met jagers en zijn slechte naam als aaseter hadden we hem bijna uitgeroeid. Halverwege de vorige eeuw is hij heruitgezet en nu leven er weer honderden broedparen in de Lage Landen.
    Daar mogen we blij mee zijn, want de raaf is een van de intelligentste diersoorten ter wereld. In vrijwel alle culturen neemt de raaf een belangrijke plaats in, mede door zijn incarnatie van de eeuwige tegenstelling van goed versus kwaad. In dit deel van de vogelserie vertelt Louis Beyens aanstekelijk en toegankelijk over deze prachtige mythische vogel waarmee de mens al zo lang een speciale relatie heeft.

  • In `De kievit' van Sake P. Roodbergen, onderdeel van de Vogelserie, staat een iconische Nederlandse vogel centraal. De kievit is als voorbode van de lente bijzonder populair. In dit boek beschrijft Roodbergen, een van de grootste kenners van onze weidevogels, aan de hand van één jaarcyclus het leven van de kievit. Een weiland zonder kieviten leek tot voor kort ondenkbaar. Maar de achteruitgang van de natuur heeft directe gevolgen voor het leefgebied van de kievit.
    De inhoud van dit boek valt na de inleiding in drie grote delen uiteen. Het eerste deel beschrijft het leven van de kievit in al zijn aspecten. Het tweede en derde deel richten zich op de `benutting' én de bescherming van deze weidevogel. In de provincie Friesland zijn die twee onderling zo met elkaar vervlochten dat het geheel als onderdeel van het immaterieel cultureel erfgoed wordt ervaren.
    In `De kievit' zet Roodbergen uiteen wat de beste manier is om deze prachtige vogel te beschermen en voor het Nederlandse landschap te behouden.

  • In De zilvermeeuw vertelt Kees Camphuysen over een vogel die bij veel mensen weerstand oproept. Weerstand gevoed door vooroordelen. Als soort is de zilvermeeuw misschien opportunistisch, maar veel individuen blijken heel traditioneel. Aan de hand van dagboekaantekeningen en het meest recente meeuwenonderzoek op Texel beschrijft Camphuysen het leven van de zilvermeeuw. `Door twaalf jaar achtereen door dezelfde kolonie te lopen heb ik individuele vogels als persoonlijkheden leren kennen. Ik hoef hun ringen niet te lezen om te weten wie ze zijn. De kennismaking was in veel gevallen wederzijds. Veel meeuwen weten precies wie ik ben, wanneer ik kom, wat ik kom doen.' Het is deze persoonlijke kennis, ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, die van De zilvermeeuw een buitengewoon leesbare kennismaking maakt met de wereld van een van onze veelvoorkomende, maar minst begrepen vogels. Niemand mag zich na lezing van deze fascinerende monografie nog op vooroordelen beroepen.

  • In `De tapuit' beschrijft bioloog Herman van Oosten zijn onderzoek naar en bevindingen over een van zijn meest geliefde vogels.
    De tapuit dwingt van oudsher grote bewondering af: geen ander zangvogeltje legt namelijk zo'n grote afstand af tussen broedplaats en overwinteringsgebied. Want hoewel tapuiten over de hele wereld broeden, zelfs in Canada en Alaska, overwinteren ze allemaal in Afrika. In de broedtijd kun je tapuiten zingend in de lucht zien vliegen. Tenminste, als je je best doet. De tapuit was een veelvoorkomende broedvogel op ons platteland, in de duinen en op de heide, maar tegenwoordig broeden er hooguit nog driehonderd paartjes in Nederland. Alleen in het voorjaar zijn de vogels hier nog talrijk, als ze vanuit Afrika doortrekken naar hun noordelijker broedgebieden en even in Nederland blijven om aan te sterken. De tapuit is te herkennen aan zijn staart: daarop vind je een omgekeerde T.

empty