In de jaren zeventig van de vorige eeuw leek de wereldrevolutie voor de deur te staan. Overal stond 'links' op het punt de macht te grijpen. Ook in Nederland waren de verwachtingen hooggespannen. Radicalen, verspreid over talloze groepen, partijen, bonden, facties, cellen en comités, bereidden zich voor op de grote omwenteling – die niet kwam. Voor sommigen veranderde de revolutionaire euforie in politieke frustratie, maar voor anderen was het wegvallen van de hoge verwachtingen een bevrijding. Zonder topzware ideologieën werd het radicale activisme praktischer en doeltreffender.